Biodiversiteitsmonitor Melkvee: Natuurinclusief vraagt maatwerk

De Limburgse Biodiversiteitsmonitor Melkvee maakte één ding glashelder: melkveehouders doen al veel voor biodiversiteit, maar krijgen daar lang niet altijd de ruimte of waardering voor. Dat blijkt uit drie jaar meten bij 58 bedrijven verspreid over Limburg.

De melkveehouders kregen jaarlijks een score op basis van dertien KPI’s die inzicht geven in hoe natuurinclusief hun bedrijf is. Die score bepaalde ook de vergoeding die zij ontvingen. Tijdens een bijeenkomst op donderdag 29 januari werden de resultaten besproken.

Hoe werkt de Biodiversiteitsmonitor?
De Limburgse Biodiversiteitsmonitor is opgebouwd rond dertien Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s). Denk aan weidegang, stikstof- en ammoniakemissie, eiwit in het rantsoen, natuurbeheer en landschapselementen. ‘Achter elke KPI zit een puntenscore’, legt Hartman uit. ‘Hoe meer weidegang, hoe meer punten. Hoe lager de stikstofuitstoot, hoe hoger de score.’

De maximale score is 2500 punten. In de praktijk blijkt dat niemand overal maximaal scoort. ‘Als je op de ene KPI hoog scoort, lever je soms op een andere wat in. Het is constant balanceren, op zoek naar een optimum.’

Opvallend is het relatief grote aandeel biologische bedrijven in het project. In 2023 deden vijf biologische melkveehouders mee, in 2025 zijn dat er zes, plus één bedrijf in omschakeling. Daarnaast zijn er deelnemers die tijdens het project de overstap naar biologisch maakten of die de omschakeling verkennen. ‘In verhouding tot het totale aantal biologische melkveehouders in Limburg is dat best veel.’ Waar natuurinclusieve landbouw draait om het laten meewerken van natuurlijke processen in de bedrijfsvoering, is biologische landbouw strak afgebakend in Europese regelgeving. Zo zijn chemische inputs niet toegestaan en wordt de volledige keten gecontroleerd door SKAL.

Wat leverde het op?
Misschien wel de belangrijkste uitkomst: geen enkele deelnemer scoorde 0 punten. ‘Zelfs in het eerste jaar, zonder voorkennis van de monitor, zaten veel bedrijven al hoog’, zegt Hartman. ‘Iedereen doet op bepaalde onderdelen al meer dan wettelijk verplicht is.’

Veel deelnemers zijn al langer bezig met duurzaam bodembeheer. Niet iedereen gebruikt de maximale normen. ‘Boeren zien steeds vaker dat die laatste kilo’s stikstof weinig opleveren. De eerste kilo’s zijn het meest rendabel, daarna wordt het effect steeds kleiner. Minder strooien kan dus geld besparen mits vlinderbloemigen goed gevestigd zijn.’

Ook natuurbeheer was bij een groot deel van de groep geen onbekend terrein. Een deel deed al mee aan agrarisch natuurbeheer of andere natuurinclusieve projecten. Biologische bedrijven halen vaak scores boven de 2000 punten; de hoogste score in het project was 2350 punten.

Elke indicator zit een duidelijke drempel in het systeem. ‘Je ziet dat bedrijven die richting die drempel gaan, gemotiveerd raken om met kleine inspanning de volgende punten te halen.’ Tegelijkertijd laat de monitor zien hoe complex keuzes zijn. Een lager eiwitgehalte in het rantsoen is gunstig voor stikstofuitstoot en kostprijs, maar kan weer nadelig zijn voor broeikasgasemissies of productie. ‘Het is steeds zoeken naar de juiste balans.’

Regionale verschillen
Grote regionale verschillen tussen Noord-, Midden- en Zuid-Limburg zijn er nauwelijks, maar binnen regio’s des te meer. Intensieve bedrijven scoren over het algemeen lager dan extensieve bedrijven met meer (agrarisch) natuurbeheer. In Zuid-Limburg vallen de historische landschapselementen extra op. ‘Daar zie je vaker boomgaarden, meidoornheggen en graften. Dat zit daar meer in het landschap verweven dan in Midden- en Noord-Limburg.’

De biodiversiteitsmonitor fungeerde daarmee ook als een proef: lukt het om met cijfers inzichtelijk te maken hoe natuurinclusief een bedrijf is? ‘In grote lijnen wel’, concludeert Hartman. ‘Extensievere bedrijven met natuurbeheer scoren hoger, intensievere lager. Iedere ondernemer heeft zijn eigen focuspunten, zelfs binnen biologisch zie je ook verschillen: de één focust sterk op biodiversiteit, de ander meer op productie of kostenbesparing.’

De eerste indruk bij deelnemers was vaak: veel informatie. ‘Je loopt samen alle KPI’s door en legt uit hoe het systeem werkt. Dat is best intensief.’ Tegelijkertijd vonden veel melkveehouders het prettig om een score te hebben. ‘Het geeft iets tastbaars om te laten zien aan andere partijen: kijk, dit doen wij op het gebied van natuurinclusieve landbouw.’

Hoe nu verder?
Dit jaar wordt de laatste ronde gedaan bij de huidige deelnemers, inclusief een bonus voor bedrijven die hoog scoorden of grote stappen maakten. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan een nieuwe aanvraag: een veel grotere monitor voor zo’n 350 deelnemers uit de melkvee- en akkerbouw.

De Biodiversiteitsmonitor heeft vooral laten zien dat veel boeren al meer doen dan vaak wordt gedacht. ‘Er zit bij veel deelnemers een intrinsieke drive om iets goeds te doen voor biodiversiteit’, besluit Hartman. ‘Het past alleen niet altijd netjes in regels en modellen. Juist daar ligt de uitdaging voor de toekomst: hoe belonen en ondersteunen we wat er in de praktijk al gebeurt?’

Neem contact met ons op

Heeft u nog vragen of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact met ons op of stuur ons een bericht, dan nemen wij zo spoedig mogelijk contact met u op.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Je gebruikt een verouderde webbrowser

Deze website maakt gebruik van moderne technieken die niet worden ondersteund door jouw webbrowser. Update mijn webbrowser

×